Vorige week heb ik de EMC Struisvogelaward Publieksprijs mogen uitreiken aan het HRD-team van TNO. Een waardering en erkenning door collega’s in het vakgebied voor een project waar TNO de stap heeft gezet naar zichtbare resultaten van leerinterventies. In het gesprek daarna kwam kort aan de orde dat budgetten onder druk staan en dat kritisch gekeken wordt naar investeringen versus opbrengst. Een gezonde discussie lijkt me die niet vaak genoeg gevoerd kan worden. Eigenlijk hoor ik dit te weinig.

De discussie over budgetten is een interessante. Het gaat er vaak vooral over wat er is te besteden. Ik vind het veel interessanter om het over de opbrengst te hebben. Is je budget beperkt en gelimiteerd? Welke leerinterventies leveren welk zichtbaar resultaat? Kies vervolgens voor die leerinterventies die de hoogste bijdrage hebben en binnen het budget passen. Dat betekent waarschijnlijk dat een aantal interventies in de koelkast of van het podium verdwijnen, maar wel onderbouwd.

Een andere benadering is om per leerinterventie te bepalen wat het zichtbare resultaat is. Niemand is er tegen dat een investering van 100.000,- euro een zichtbaar resultaat heeft van 150.000,- euro. Of, als je het niet in geld kan uitdrukken, dat een leerinterventie bijvoorbeeld oplevert dat het aantal klachten met 25% wordt gereduceerd (er van uitgaande dat het aantal klachten enige omvang heeft). Overigens kun je ook dit vertalen in opbrengst, maar dat terzijde. Dit resulteert in een portfolio van uitsluitend leerinterventies die zichtbaar resultaat opleveren en weinig/geen discussie over nut en noodzaak.

Minder budget, of de discussie daarover, een bedreiging? Nee een kans!

 

Wil je de verslagen van de andere uitreikingen lezen? Lees hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *