Nieuwe technologieën in opleidingsland Matrix 2.0.

Steeds vaker lezen, zien of horen we over allerlei nieuwe technologieën in onze snel veranderende wereld. Virtual Reality, Augmented Reality, Artificial intelligence… Wat is het allemaal en wat kunnen wij er in opleidingsland mee?

Vorige week ben ik op bezoek geweest bij Richard van Tilborg, een expert die zich binnen Ordina bezighoudt met ‘het nieuwe leren’ en technologie. Bij het nieuwe leren staat volgens hem ACSI centraal: Adaptatie, Creativiteit, Sociaal/samenwerken en Informatie verwerken.

ACSI
Bij adaptatie gaat het erom dat steeds meer nadruk wordt gelegd op het vermogen om je aan te aanpassen aan de veranderende omgeving in plaats van het hebben van een bepaalde kennis of intelligentie. Daarbij wordt creativiteit en flexibiliteit steeds belangrijker en komt er minder focus op vaste structuur. Je leert van en met elkaar door informatie en ervaringen uit te wisselen. Daarom wordt de sociale factor en de samenwerking in het nieuwe leren steeds meer centraal gesteld. Ook tips en handigheidjes voor in de praktijk worden gedeeld. Dit gaat sneller en is makkelijker toegankelijk dan een cursus die een maand later plaatsvindt, of een boek dat eerst helemaal gelezen dient te worden. Tot slot de i van informatie verwerken. Het belangrijkste hierbij is dat mensen informatie op een juiste en snelle manier kunnen verwerken en kunnen gebruiken. Feitelijke kennis wordt in de praktijk dus steeds minder verwacht.

Nieuwe technologie
Het heeft een grote impact op ons werk en leven. Wat dienen we nog te leren als we automatisch de juiste informatie krijgen op het moment dat we het nodig hebben? Gelukkig kan die nieuwe tech ook juist helpen om de manier van leren te ondersteunen. Hierbij is dus te denken aan de eerder genoemde Virtual Reality (VR), Augmented Reality (AR) en Artificial intelligence (AI). In de wereld van opleiden komen deze technieken steeds meer terug. Trainingen worden bijvoorbeeld gecombineerd met VR. Deelnemers krijgen dan een bril op en ‘zien’ direct het effect van hun gedrag. Of ze kunnen met behulp van AR op de juiste plaats op het juiste moment informatie krijgen. Er kan meer gebruik worden gemaakt van microlearnings. Je kunt dan, als je bij wijze van spreken op de lift staat te wachten, even 5 minuten ‘leren’. Het hele werk kun je op deze manier augmenten. Je kunt het zo inrichten dat je op dat moment zelf feedback ontvangt en meteen weer door kunt. Dit kan in elke baan en op elk niveau worden toegepast. Bijvoorbeeld bij liftmonteurs en zelfs in de psychiatrie. Deze technieken zijn te combineren met meer traditionele manieren van leren en ontwikkelen.

Trends:

  • Objectieve personalisatie (bijv. als je met presenteren de feedback krijgt: Je moet langzamer praten (omdat je bijv. 15% te snel praat). Dan kan het zijn dat als je daar erg op oefent en je praat een week later nog maar 7% te snel, je alsnog van de trainer te horen krijgt: Je praat te snel! Met technologie is het objectieve verschil dan ook beter zichtbaar.
  • Juiste plaats en op het juiste moment (AR).
  • Microlearnings, zijn korte leereenheden gericht op de korte termijn en op kortdurende leeractiviteiten.
  • Future memory, bijvoorbeeld als je bij de politie werkt en iemand komt op je af met een knuppel. Hoe train je dat? Een mogelijke oplossing hiervoor is met Virtual Reality. Je kunt de situatie dan heel realistisch nabootsen en meerdere keren in andere vormen laten terugkomen. Zo kun je als het ware een toekomstig geheugen creëren, zodat je in die betreffende situatie weet hoe je moet handelen.
  • ACSI

Wat betekent dit voor de toekomst?
We gaan meer Real time on the job zien, je wordt direct ondersteund wanneer je het nodig hebt. Maar technologie neemt ook veel over. De meer ‘lopende band werk’ banen verdwijnen en mensen worden steeds meer ingezet op hun creatieve en sociale kant. Dit deel wordt door de technologie voorlopig niet ondervangen.

Kennis vanuit de neurowetenschappen

  • Mensen kijken 3x zoveel naar risico’s als naar kansen. Veel mensen zijn dus ook bang voor verandering. De verhouding zou echter 50-50 moeten zijn. De ability to adapt is daarbij superbelangrijk. Hoe beter je in staat bent om je aan te passen aan de veranderende omgeving, hoe meer kansen worden benut.
  • Om de verschuiving te kunnen maken is inzicht in de eigen (on)bekwaamheid al erg belangrijk. (bewust onbekwaam, etc.)
  • Het is belangrijk dat er in een organisatie een cultuur is om te mogen falen en experimenteren: een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest.
  • Het wordt steeds makkelijker om dingen te meten: Neuromarketing, zorgt ervoor dat we steeds meer kennis opdoen.

Wil je meer weten over hoe je het leren en ontwikkelen binnen je organisatie aanpakt? Kom dan op woensdag 8 november naar de Inspire: ‘ik wil de impact van leren vergroten’. Aanmelden? Klik hier.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *